February 14, 2019

January 31, 2019

January 26, 2019

January 14, 2019

January 10, 2019

Please reload

Recente berichten

Even dapper zijn

January 26, 2019

1/4
Please reload

Uitgelichte berichten

Vrees minder, bemin meer

November 27, 2017

 "Ze zeggen dat het overgaat" van Maes en Jansen is een boek over rouw. 

Een boek met liefde en mededogen geschreven en zónder wijzend vingertje dat je vertelt 'hoe je moet rouwen'. Met dat in gedachten deel ik graag een (deel van het) verhaal uit dit boek over een vrouw die op haar manier betekenis geeft aan haar leven, na veel verlies. 

 

 

Met zoveel gratie

 

"Een beetje verscholen in het halfduister van decennialang niet gesnoeide coniferen lag aan de de bosrand een huis met een opvallende puntgevel. Op het donker uitgeslagen cederhouten van de gevel stond in grote witte letters iets geschreven. Het schemerde je vanuit de verte tussen de bomen door al tegemoet:

 

VREES MINDER

BEMIN MEER

 

Achter die letters woonden hoog boven het beschaafde geroezemoes van de buurt twee filosofiestudenten. Ze hadden er elk een fijne zolderkamer. Samen deelden ze het 'keukentje' op de gang; een elektrisch 1-pitskookplaatje, een halve meter plank tegen de muur en een krukje. Ze zouden dagelijks uit de muur gegeten hebben als ze niet bijna elke avond allerlei heerlijks hebben gekregen van twee verdiepingen lager. Daar kookte de tachtigjarige huisbezitster ijverig de lievelingskostjes van het gezin: haar man en vier kinderen. Ze maakte kennelijk te royale porties, maar daar zaten de studenten niet mee.

 

Mevrouw V. was een vinnig, pienter dametje met schrander glanzende kraaloogjes; heel erg bijdetijds, altijd in voor een babbel, niet bang voor diepere onderwerpen in de deuropening. Mevrouw V. kwam nooit naar buiten en nodigde hen ook nooit binnen. Ze was trots op haar joodse afkomst en kende de westerse geschiedenis op haar duimpje. Maar dat was maar een van haar vele interesses. Wijsbegeerte, astrologie, fotografie, ecologie, bijzonder onderwijs: over alles kon je het met haar hebben. Ze was verbluffend goed belezen. Waar haalde ze de tijd vandaan met zo'n groot gezin?

 

Haar mening over de meest uiteenlopende zaken was in vele jaren gevormd en stond nu wel min of meer muurvast, maar ze wilde er wel over discussiëren. Al moest je van goeden huize komen wilde je niet na de eerste zinnen al mentaal gezandstraald zijn door haar scherp verstand, toch hadden de studenten er lol in om verbaal een beetje goedmoedig met haar in de clinch te gaan. Ze beschouwden het als hersengymnastiek en leerden er iets bij. 

 

Terwijl de jongens voor zo'n babbel bij haar tegen de deurpost leunden, zagen ze vaak hoeveel werk er gemaakt werd van het warm eten; de tafel stond steevast gedekt voor 6 personen, met damasten tafelkleed, kristallen glazen, servetten en bloemen. 

Het was geen druk gezin, de jongens hoorden er in elk geval niets van, alleen het rammelen van de melkflessen 's morgens vroeg en het stationair draaien van bestelwagens (Mevrouw V. liet alles aan huis bezorgen) stoorden hen soms. Dit duurde soms lang genoeg om de slaap niet meer te kunnen vatten. Maar klagen durfden ze natuurlijk niet in deze culinaire Hof van Eden en 's zomers leerden ze dat rond vier of vijf uur in de ochtend het vogelconcert aan de bosrand van een schoonheid was die niet van deze wereld leek.

 

Meestal liep alles dus op rolletjes. Alleen hing er af en toe in ouderwets hanenpotenhandschrift een beleefd briefje op de deur waar ze zich niet goed raad mee wisten. Of ze bijvoorbeeld wat vaker hun haren wilden wassen, of ze niet wisten hoe levensnoodzakelijk hygiëne was. Er werd hen ook eens verzocht om 's nachts niet zo met hun laarzen te stampen op de trap. 's Nachts? Laarzen? Het was zomer. Ze gingen er maar niet op in.

 

Op een dag werd Mevrouw V ziek en aangezien er niemand thuis was en ze ook geen contact had met de buren, wachtte ze de hele dag tot een van de twee studenten thuiskwam. Ze vroeg hem met een recept van de dokter naar de apotheek te gaan. Geen probleem, hij deed graag eens iets terug en met zijn fiets vertrok hij langs de mooie schaduwrijke laan naar de apotheek. Dat het recept voor Mevrouw V. bleek te zijn, veroorzaakte enige inhouden opwinding bij het personeel. Hoe het bij hen was in huis? Was het geen mausoleum? Hoe hielden ze het daar uit?

- Alles ok, niets wereldschokkends te melden, altijd heerlijk te eten, hoezo, was er een probleem?

- Nou nee, een acuut probleem niet echt, maar hadden ze die spreuk op haar huis niet gezien?

- Tuurlijk wel. Iets met loslaten en liefhebben. Niks mis mee toch?

- Nee, dat niet. Maar wisten ze wel dat die woorden de enige boodschap was die mevrouw V. haar omgeving nog van achter haar coniferen te vertellen had gehad sinds haar hele gezin in de oorlog was uitgeroeid? In een concentratiekamp vergast?

 

De 2 vrienden, ziek van de schok en totaal van de kaart, kregen 's avonds in het onnatuurlijk (dat drong eindelijk tot hen door) stille huis hun eten, eigenlijk bestemd voor een familie die veertig jaar eerder was vernietigd, nauwelijks door hun keel. Het idee! Ze overwogen om het voedsel voortaan te weigeren, de één zijn dood mocht toch de ander zijn brood niet zijn? Dit was helemaal verkeerd. Mevrouw V. leefde in een waan en zij wilden er niet bewust aan meedoen om die in stand te houden. Ze wilden ook niet profiteren van haar dwaling. Ze waren in paniek en bespraken de mogelijkheid om Mevrouw V. uit de droom te helpen en psychologische hulp voor haar te organiseren.

 

Maar ze waren niet voor niets filosofiestudenten en uiteindelijk bedachten ze dat de woorden waar ze al een paar jaar zo onbekommerd achter hadden gewoond, niet alleen voor anderen maar ook voor hen bedoeld zouden kunnen zijn. Handel niet uit angst, maar uit liefde, daar kwam het toch op neer? De paniek maakte plaats voor respect voor wat er was; ze besloten alsnog om niets te doen. Niets, met een grote N.

 

Ze zetten zichzelf ertoe aan om te kauwen, te slikken en te verteren. Omdat ze inmiddels te veel om Mevrouw V. gaven om haar al het vele nutteloze voedsel zelf in de de vuilnisbak te laten schuiven. Ze aten omdat ze haar te zeer respecteerden om te raken aan haar ritueel, aan haar waarheid, aan haar manier van overleven; ze had het immers ál die vele jaren al gered. Met zoveel gratie. 

 

(Fragment uit "Ze zeggen dat het overgaat" van Maes en Jansen) 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Volg mij